Les 8: Lagen
Lagen bevatten verschillende sets objecten op hetzelfde canvas. We plaatsen onze achtergrondafbeelding op een nieuwe laag om deze los te maken van het diagram met personages.
Klik op de knop Canvassen in de knoppenbalk om de canvassenzijbalk weer te geven. Deze bevat het canvas dat u hebt gemaakt; klik op het driehoekje ernaast om de lagen ervan weer te geven.
U hebt nu één laag en we gaan er een toevoegen. Klik op de knop Voeg laag toe
onder de zijbalk. Er wordt een nieuwe laag gemaakt. U kunt de laag elke gewenste naam geven, bijvoorbeeld "Achtergrond".
De rangorde van de lagen is belangrijk; dingen op hogere lagen staan vóór dingen op lagere lagen. We willen dat de achtergrond achter ons diagram met relaties komt. Sleep de nieuwe laag en zet deze neer onder de andere laag in de lijst.
Nu concentreren we ons op de achtergrondlaag. De laag waarop u nu werkt, heeft een potloodsymbool links van de voorvertoning in de lade. Als de achtergrondlaag geen potloodsymbool heeft, klikt u links van de laagvoorvertoning om het potloodsymbool daar te plaatsen.
Zoek voor de achtergrond een mooie afbeelding op een van uw schijven (of download er een van internet). Sleep het afbeeldingsbestand vanuit de Finder en zet het neer op een leeg gedeelte van het canvas. Op de achtergrondlaag wordt een nieuwe vorm gemaakt die de afbeelding bevat.
Sleep de selectiegrepen op de hoeken van de vorm om de vorm uit te rekken tot de gewenste grootte; houd tijdens het slepen de Shift-toets ingedrukt om de lengte/breedteverhouding van de afbeelding te behouden. Gebruik daarna het infovenster Afbeelding om de doorzichtigheid van de afbeelding in te stellen op ongeveer 15%.
Nu hebt u een aantrekkelijk, informatief diagram. U weet hoe u de opbouwweergave moet gebruiken om objecten te maken, hoe u ze van labels voorziet en met elkaar verbindt en hoe u stijlen toevoegt. U weet hoe u stijlen toepast op een groot aantal objecten. En u weet hoe u met meerdere lagen kunt werken. Niet gek voor zo'n korte cursus!